Filantropie is niet altijd win-win

In 2019 verscheen ‘Waarom de superrijken de wereld niet zullen veranderen’ (oorspronkelijke titel: ‘Winners take all’) van Anand Giridharadas. De voormalige columnist van The New York Times tracht hierin aan te geven waarom Amerikaanse filantropen de grote maatschappelijke problemen niet kunnen oplossen. Of beter: niet zouden mogen oplossen. Op hoofdlijnen komt het antwoord op twee punten neer.

 

De wereld van de superrijken

Ten eerste hebben velen van de Amerikaanse miljardairs hun vermogen verkregen ten koste van de maatschappij. De bedrijven van deze miljardairs hebben vele van de huidige sociale, economische en ecologische problemen veroorzaakt, zo betoogt Giridharadas. En in de VS ben je als ondernemer pas echt succesvol als je je ook als filantroop kunt etaleren. Eerst goed verdienen, dan teruggeven. Maar moeten deze ‘succesvolle’ rijken de problemen die ze zelf hebben gecreëerd dan oplossen? Kunnen ze dat wel met de protocollen die gangbaar zijn in het bedrijfsleven? Hou je niet vooral de systemen die de problemen veroorzaken in stand? Kun je wel goed doen zonder persoonlijke offers te brengen? Wat doe je als ondernemer om problemen te voorkomen zodat filantropisch geld niet eens nodig is?

 

Ten tweede schetst Giridharadas een wereld waarin de superrijken vooral elkaar vinden, door de auteur ‘MarketWorld’ gedoopt. Deze manifesteert zich op allerlei exclusieve bijeenkomsten, waaronder het Aspen Ideas Festival, het Word Economic Forum en het Clinton Global Initiative, waar de aanwezigen zich laten inspireren door allerlei gerenommeerde sprekers. Doelgroepen om wie het uiteindelijk gaat, zijn niet aanwezig. Ook bij de ontwikkeling van nieuwe geefstrategieën worden liever personen die dezelfde taal als de rijke ondernemer spreken betrokken dan professionals die inhoudelijk verstand hebben van maatschappelijke vraagstukken. In hoeverre het democratisch als superrijken zich ‘bemoeien’ met publieke zaken? Is het wel verstandig dat zoveel macht bij een elitegroep ligt?

 

De Amerikaanse cultuur

Op soms omslachtige maar uiteindelijk wel overtuigende wijze adresseert Giridharadas ethische dilemma’s rond de Amerikaanse filantropie. Het boek biedt met name inzicht in de cultuur en werkwijze van de superrijken in de VS. Een cultuur die zijn grondslag heeft in het gedachtegoed van industrieel en filantroop Andrew Carnegie aan het eind van de 19de eeuw: vrijgevigheid rechtvaardigt het ’alles mag’-kapitalisme en ongelijkheid in de maatschappij is onontkoombaar. En een werkwijze die zich kenmerkt door het almaar streven naar een win-win: niet alleen de maatschappij moet er beter van worden, maar ook de ondernemer.

 

Toegegeven: de Amerikaanse situatie is niet vergelijkbaar met de rol van filantropie in de Nederlandse samenleving. Doordat de basisinfrastructuur in onze maatschappij door de overheid is gefinancierd en gegarandeerd, kunnen filantropen en filantropische instellingen zich vooral met innovatie en ‘kersen op de taart’ bezighouden. Maar Giridharadas werpt wel vragen op waar je als (aankomend) filantroop over zou moeten nadenken. Streef je daadwerkelijk maatschappelijke verandering na? Zo ja, wat houdt die verandering dan in? Wat is jouw rol daarin? Met wie werk je samen? Kortom, wat voeg jij toe als effectieve, impactvolle filantroop?

 

Luuk van Term

Fondsen geven meer en vooral traditioneel

€ 5,7 miljard. Dat is volgens ‘Geven in Nederland’ het totaalbedrag aan giften in 2018. Dat bedrag is nooit eerder zo hoog geweest. Waar komen de giften vandaan? Fondsen zijn verantwoordelijk voor zo’n 8 procent (€ 433 miljoen). Het leeuwendeel van het bedrag (€ 2,4 miljard) komt via Nederlandse huishoudens. Bedrijven zijn goed voor bijna € 1,9 miljard. Aansluitend bij wat Theo Schuyt noemt “de Gouden Eeuw van de filantropie” stijgen de giften vanuit nalatenschappen. Het totaalbedrag bleek overigens niet het enige record: ook het deel van de bevolking dat vrijwilligerswerk doet is hoger geworden: 40% van de Nederlanders deed vrijwilligerswerk.

 

Fondsen besteden het meest aan maatschappelijke en sociale doelen en zijn volgens Geven in Nederland steeds beter in beeld. De doelbestedingen van fondsen zijn gestegen van € 478 miljoen in 2015 naar € 537 miljoen in 2018: een stijging van 12%. Deze wordt overigens met name veroorzaakt door toename in bestedingen van de IKEA Foundation.

 

Maatschappelijke rol van fondsen

Interessant is een verkennend onderzoek naar de maatschappelijke rol die fondsen zichzelf toebedelen. De substituerende rol (het financieren van initiatieven als deze niet langer door een derde, zoals de overheid, worden gesteund) en de competitieve rol (financieren van initiatieven die tegen bestaand overheidsbeleid ingaan) zijn het minst favoriet: respectievelijk 19% en 8% van de fondsen herkent zich hierin. Meer favoriet zijn de rollen van kraamkamer (ondersteuning bieden voor nieuwe ideeën en innovaties) en capacity building. Het meest echter past de traditionele rol van ondersteuner: het tegemoetkomen aan de specifieke behoeften en vragen vanuit de samenleving.

 

Deze rolverdeling past ook in een andere conclusie van Geven in Nederland: hoewel vermogensfondsen de laatste jaren nieuwe en alternatieve vormen van filantropie verkennen, lijkt de omvang nog beperkt te blijven. Wat zijn deze nieuwe vormen van filantropie? We gaan ervan uit dat er hierbij wordt gedoeld op ontwikkelingen die we in de internationale filantropie inmiddels al zien. Bijvoorbeeld het werken aan systeemverandering, participatory grantmaking (een methode waarbij de aanvrager in een bepaalde mate betrokken wordt bij beleid en bestedingen) en het incorporeren van de SDG’s als kader voor beleid en samenwerking.

 

Voorzichtig vernieuwend

Vanuit onze praktijk weten wij dat een aantal fondsen met bovenstaande vernieuwing aan het experimenteren is, zij het voorzichtig. Dat is door de coronacrisis alleen maar urgenter geworden. Het zou mooi zijn als uit een volgende analyse blijkt dat er niet alleen nog meer wordt besteed, maar fondsen ook meer zijn gaan experimenteren met nieuwe rollen, mogelijkheden en alternatieven. Beter Geven is daar graag bij behulpzaam.

 

Bas Pieck

 

Geven in Nederland is het macro-economische overzicht van de filantropie door huishoudens, nalatenschappen, bedrijven, fondsen en goededoelenloterijen. Het Centrum voor Filantropische Studies aan de Vrije Universiteit te Amsterdam voert het onderzoek uit sinds 1995. Het gehele onderzoek is te downloaden van de website van de VU.